Gespecialiseerd in

Relatie- en communicatietraining

Relatietherapiepraktijk Good-Spirit t Gooi

Hoge Sensitiviteit in een Relatie

Hoog Sensitief zijn. Hoe daarmee om te gaan?

Niet één mens functioneert hetzelfde als een ander mens. We hebben verschillende ervaringen en gevoelens over gebeurtenissen van het leven. Soms loop je telkens tegen dezelfde soort problemen aan. Het kan dan helpen om daar een verklaring voor te vinden.  Onderstaande lijst gaat níet om een diagnose, of, over dat je autisme spectrum zou hebben. Het zijn een aantal punten die je zou kunnen herkennen voor jezelf. Het is de bedoeling dat je aanstreept wát je voor jezelf herkent , zodat je in staat raakt om de mensen waarmee je leeft te vertellen hoe dingen voor jou zijn en werken en hoe je daar dan samen mee om kunt gaan of een weg in kunt vinden. Het is dus een ‘praatstuk’. Je kunt eindelijk stoppen met vechten tegen je eigen ‘zijn’. Veroordeel jezelf niet en voorkom zoveel mogelijk dat een ander je veroordeelt. Je zult merken dat ieder mens hier meer of minder dingen van herkent. Jij bent dan niet meer de enige die zich steeds probeert aan te passen, het geeft de ander de tools om zich ook aan jou aan te passen. Samen kan het dan fijner worden.

Deel wie je bent. 
Begrip is hét medicijn om onvoorwaardelijk van elkaar en jezelf 
te kunnen houden.

Ben je anders in informatieverwerking?

Heb je last van hoge sensitiviteit in je relatie?

Gaat contact niet altijd gemakkelijk?

 

·  Verkeer  je nagenoeg altijd in een min of meer constante modus van alertheid als er mensen om je heen zijn?

·   Heb je regelmatig  tijd en ruimte nodig om alleen te zijn? Zodat de spanning die opgebouwd is af kan vloeien en je nieuwe energie op kan doen. Weet je meestal  verborgen te houden dat je dit nodig hebt?

·   Heb je regelmatig (onverklaarbare) vermoeidheidsklachten? Ben je dan minder goed in staat om in jezelf te keren en weer energie op te doen?

·   Denk je regelmatig dat je interne drijfveren mist om te weten wat je wilt of dingen te doen?  Of ontbreekt het je regelmatig om overzicht te krijgen of te bewaren? Of, dat je niet weet wat je belangrijk of heel leuk vindt?

·   Er wordt wel eens tegen je gezegd dat je een persoonlijkheids stoornis of een depressie hebt, terwijl je dit zelf niet herkent.

·   Vind je het soms moeilijk om je te laten aanraken (letterlijk)? Merk je soms dat je niet doorhebt wat je wel of niet aankunt op een moment? Als je je dan toch aan laat raken, ben je dan verward over wat er met je gebeurt? Je bent jezelf dan even kwijt en hebt het nodig om te herstellen.

·   Vaak realiseerde je je als kind dat andere kinderen anders zijn. Je begreep niet veel van de interactie onder de kinderen en bleef dan ook aan de zijlijn. Op je werk is dat ook zo. Je ziet dat jouw ideeën en reacties niet zijn zoals andere, maar snapt niet waarom.  Vaak trek je de conclusie dat het beter is om je ideeën maar voor je te houden en ze niet te uiten.

·   Merk je vaak dat je de ander niet écht in zijn ogen kijkt, maar ergens tussen de ogen, waardoor het lijkt dat je de ander aankijkt?

·   Je weet dat contact van je verwacht wordt. Je weet dat contact van jou uit niet altijd echt is, hoewel je het fijn vindt als dat wel zo lijkt. Je bent vaak op zoek naar ‘wezenlijk’ contact, naar oprechte belang-stelling, oppervlakkig contact boeit je niet zo.

·   Merk je dat contact met voor jou  bekende personen gemakkelijker gaat?  Én dat je daarbij telkens weer  jezelf met moeite open stelt?

·   Houdt je van taal? Merk je dat je het fijn vindt om moeilijke zinnen te construeren en strooi je graag met woorden? Neem je de taal vaak letterlijk? Ontstaan er vaak misverstanden door taalgebruik?

·   Het helpt je vaak om routines en rituelen te hebben. Ze bieden houvast en veiligheid, ze helpen om je je beter te laten concentreren en minder lastig gevallen te worden door vermoeidheid of verwarring.

·   Vaak ervaar je dat je hoog gevoelig bent, hoog sensitief. Je merkt dat je een andere manier van waar-nemen, voelen en denken hebt.  Vaak wordt dat niet herkend of erkend door de wetenschap. Je hebt een andere manier van informatieverwerking.

·   Je gedrag wordt nogal eens geïnterpreteerd als depressief. Gedrag dat eerder een uiting is van overprikkeldheid en overvraging.

·   Je lijkt goed in staat tot het ontwikkelen en onderhouden van (partner)relaties, maar dit is alleen als er oppervlakkig naar gekeken wordt. Als je er op die manier naar kijkt, zie je niet hoeveel moeite en energie het kost (vaak van beide partijen) om de relatie in stand te houden en ervoor te zorgen dat iedereen zich goed blijft voelen.

·   Je zou meer begrip en erkenning willen voor het feit dat je informatie anders verwerkt, beleefd, waarneemt en voelt. Al speelt dit zich vooral intern af en is het slecht waarneembaar voor een ander. Áls je er dan iets over vertelt zou je serieus genomen willen worden.

·   Je gevoelsleven is buitengewoon complex te noemen. Ten eerste is dit vooral lastig voor jezelf, maar daarnaast ook voor je omgeving. Je bent zeker niet ongevoelig. Je bent eerder overgevoelig te noe-men. Je weet echter niet altijd wat je met die gevoelens aan moet en wordt er soms door overspoeld.

·   Er wordt wel eens gedacht dat je geen empathie kunt tonen. Het is zeker zo dat je hiermee meer moeite hebt dan andere mensen, je laat echter regelmatig zien dat je zeker kunt meeleven met andere mensen. Al doe je dat af en toe wel een op een iets andere manier of met truckjes, het is zeker gemeend.

·   Je hebt er vaak moeite mee om aan een ander af te lezen hoe deze zich voelt, daarvoor stel je vaak aanvullende vragen, zodat de situatie duidelijker voor je wordt. Pas als je het hele plaatje compleet hebt, lukt het om empathie te tonen.

·   Je kunt overweldigd worden of zelfs in paniek raken van emoties en gedachten die opgeroepen worden door het tonen van empathie. Je weet dan eigenlijk wel wat je zou moeten doen, maar het lukt vaak niet om dat dan ook écht te doen.

·   Je toont empathie nogal eens door praktische hulp aan te bieden. In feite ga je na, waar jij op zo’n moment behoefte aan zou hebben en dat wil je dan aan de ander geven. Het emotionele stuk wil dan nog wel eens een struikelblok zijn.

·   Je bent vaak erg begaan met mensen die je dierbaar zijn, die het moeilijk hebben. Je bent vaak ook erg begaan met dieren. Je zou zo vegetariër kunnen zijn of in een hulporganisatie werkzaam zijn, ook dat is onder empathie te scharen.

·   Vaak ben je extra gevoelig voor stress of spanningen. Dit heeft een negatieve invloed op je gemoeds-rust en dus ook op je gevoelsleven.

·   Op sommige momenten kun je explosief reageren. Het ene moment ben je flexibeler dan het andere, maar als het lontje kort is kun je ongelooflijk tekeer gaan naar aanleiding van iets wat tegenzit. Je schrikt soms van je eigen heftigheid, maar kan die op geen enkele manier tegenhouden.

·   Wat andere mensen beslist níet bij je moeten doen als er sprake is van een crisis of paniekaanval:
*open vragen stellen, bijvoorbeeld over de oorzaak. Je kunt er niet over praten en ze moeten je met rust laten. Als je steeds vragen krijgt neemt je paniek alleen maar toe.
*het probleem bagatelliseren. (bijv. het is toch niet zo erg…?)
*zeggen dat je je aanstelt. (bijv. kom op zeg!, je bent een volwassene, die doet dat toch niet..)
*je wijzen op je verantwoordelijkheid. (bijv. je moet wel zorgen dat je kinderen te eten krijgen..) je bent je namelijk vaak heel bewust van je verantwoordelijkheden, en niet zelden zijn deze de onderliggende oorzaak van het ontstaan van een crisis.
*je dwingen te doen waarvoor je angst hebt. Zeggen dat je angst af zal nemen als je ervoor kiest de strijd aan te gaan. Je kunt de stress van de strijd aangaan helemaal niet verdragen.
*je dwingen oogcontact te maken. Oogcontact is veel te intens als je in de stress bent, je wilt dat dat gerespecteerd wordt.
*niet schreeuwen tegen je, het helpt als je rustig praat, liefst zo monotoon mogelijk. Zelfs als je zelf schreeuwt kun je het niet verdragen dat een ander tegen jouw schreeuwt. Als er wel tegen je geschreeuwd wordt, neemt je paniek toe.
*je aanraken. Je verdraagt het vaak niet om aangeraakt te worden, hoe zacht ook, het kan zelfs pijn doen of bedreigend zijn. Het helpt om je naam te noemen en als je niet reageert je naam te herhalen, maar niet aanraken.

·   Spanningen hebben vaak een negatieve invloed op je gevoelsleven.  Overprikkeling en sensorische gevoeligheid kunnen behoorlijk wat spanningen opleveren. Dit wordt nogal eens schromelijk onderschat. Soms voel je je net een open zenuw.  Dat is een onbegrepen deel , waar je veel last van hebt. Het is niet elke dag even erg, maar je mist regelmatig een soort schil om je heen die je beschermt tegen invloeden van buitenaf.

·   Er ontbreekt een filter wat tot gevolg kan hebben dat je niet meer in staat bent om een gesprek met iemand te voeren als er daarnaast ook allerlei ander geroesemoes te horen is.

·   Soms kan daglicht al te fel zijn en dan helpt het om een zonnebril te dragen. Het effect van een zonnebril kan ook zijn dat alles ‘zachter’ wordt, mensen, bewegingen en dat kan fijn zijn. Je kunt je zonnebril dan gebruiken als instrument om te acclimatiseren of je enigszins af te sluiten.

·   Wanneer je overprikkeld bent, stagneert het verwerken van informatie vaak. Je neemt dan bijna niets meer op. Als er op zo’n moment iets aan je gevraagd wordt, kun je geen antwoord geven, of als er iets verteld wordt, kun je het niet in je opnemen. Het helpt dan alleen nog om weg te gaan uit de situatie en een ruimte te zoeken waar je alles kunt verwerken. Als iemand je dan probeert tegen te houden, kun je verbaal of lichamelijk wild om je heen slaan.

·   Vaak als je een dag gewerkt hebt, helpt het om even te gaan slapen. Dat is niet omdat je geen uithoudingsvermogen hebt, maar je bent vaak overprikkeld.

·   Soms is het moeilijk voor je om waar te nemen wat er in je lichaam gebeurt, soms zintuigelijk, soms warmte, kou, pijn. Er zit dan nogal eens een vertraging op het waarnemen van deze dingen. Je kunt dan beticht worden van ongevoeligheid, echter dit is niet waar, er zit alleen soms een vertraging op je waarneming, waardoor je later wel degelijk kunt vertellen wat er met je gebeurt.

·   Wanneer je voor jezelf geen bevredigend antwoord kunt geven, raak je vaak machteloos. Terwijl anderen kunnen zeggen, dat je het juist heel goed uitlegt, kun je zelf ontevreden zijn.  Vaak wil je iets veel te goed doen.

·   Regelmatig loop je ertegen aan dat iets wat je zegt of doet, door anderen op een onjuiste manier wordt ingevuld, geïnterpreteerd of wordt begrepen. Je wilt de ander doen inzien dat deze het gedrag of uitspraak verkeerd invult, interpreteert of niet goed begrijpt, maar je bent niet bij machte om dit ook daadwerkelijk te doen. Omdat je vaak niet de goede woorden kunt vinden om de ander op andere gedachte te brengen. Dat brengt een enorm gevoel van machteloosheid met zich mee.

·   Soms gaat de grond onder je voeten weg als iets anders gaat dan dat je gedacht had. Wanneer je verwacht dat er iets gaat gebeuren en er gebeurt iets anders, heb je tijd nodig om je plaatje bij te stellen.je ‘moet’ weten hoe het gaat, anders kun je de draad kwijt raken.

Het helpt om je dan even terug te trekken, totdat je je zo goed voelt dat je de situatie opnieuw kunt bekijken en uit te leggen wat er met je gebeurde.

·   Doordat je er nogal eens behoefte aan hebt om alleen te zijn gaan mensen ervan uit dat je eenzaam bent, of mensen denken doordat je het zelf wilt dat je geen eenzaamheid kent. Terwijl je het nodig hebt om regelmatig alleen te zijn, kun je je bij tijd en wijle wel eenzaam voelen.

·   Doordat je jezelf moeilijk kunt herkennen in de ander, kun je je moeilijk verplaatsen in de ander. Je weet niet goed hoe een ander denkt of voelt.

·   Doordat het moeilijk voor je is om contact, vriendschap te sluiten en/of te behouden voel je soms eenzaamheidsgevoelens. In de basis wil je vriendschap en je voelt ook een belemmering binnen jezelf.

·   De maatschappij vraagt dat je sociaal bent en daar kun je het moeilijk mee hebben. Je wordt als het ware in een rol gedwongen die niet zomaar bij je past, je weet niet altijd hoe je die moet vervullen. Soms krijg je te maken met afkeuring of roddels.

·   Het moeilijkst in contact is het non-verbale gedeelte. Je kunt je anders voelen van binnen, je kunt morele waarden zeer ernstig nemen en duidelijk proberen te communiceren en er evengoed niet in te slagen contact te krijgen.

·   Vaak kun je heel goed genieten van kleine dingen, waar anderen gemakkelijk aan voorbij gaan. Vaak durf je onomwonden dingen te zeggen die anderen niet durven te zeggen. Vaak heb je oog voor detail en een verassende kijk op dingen.je kunt goed buiten de gebaande paden denken, waardoor je interessante invalshoeken kunt geven.  Je bent goed om mensen te herkennen die net zo functioneren als jij. Je doet vrijwel alles met veel toewijding en accuratesse. Je bezit een groot doorzettings-vermogen. Je vindt dat een afspraak ook echt een afspraak is. Je bent goed in écht luisteren naar wat een ander te vertellen heeft.

·   Je hebt vaak heel goed door dat duidelijkheid en structuur je goed, alleen is het vaak lastig dat de voor een deel afhankelijk bent van andere mensen.

·   Plannen, ordenen en structureren, piekeren, sociale vaardigheden, angstaanvallen, dwang, depressieve momenten, al deze dingen maakt het soms moeilijk om goed te blijven functioneren. Dit alles kost veel energie en is van groot belang dat je partner daar goed van op de hoogte is.

·   Vriendelijk en correct overkomen in een gesprek kost je veel energie.

·   Wanneer je veel onder de mensen bent, kan het zijn dat je weinig behoefte hebt om daarnaast nog andere mensen te zien, omdat het nooit vanzelf voor je gaat. Je energie is dan al opgebruikt. Het komt vaak voor dat je tussendoor wilt slapen om weer nieuwe energie op te doen.

·   Je energieniveau wordt ook beïnvloed door je denken, het denken staat vrijwel nooit stil. Denken aan wat je gedaan hebt en vooral aan wat je niet goed gedaan hebt, denken aan hoe je het anders zou kunnen of moeten doen in de toekomst, altijd maar denken.

·   Bij nieuwe contacten weet je soms niet wat je moet vertellen of wat je moet bewaren tot maanden later, dus wat sociaal wenselijk is in een geslaagd gesprek.

·   Naarmate je ouder wordt, lijkt contact moeilijker te gaan. Vermoeidheid kan toeslaan en dan kun je het effect krijgen van een elastiek wat te vaak is uitgerekt.

·   Je hoort vaak alles, zelfs het geluid van anders gaan zitten neem je op. In je geheugen werkt dat ook zo, je slaat alles op, belangrijke informatie maar ook onbelangrijke informatie. Als je in gesprek bent hoor je niet alleen je eigen gesprek maar ook alle gesprekken in de omgeving. Dat levert ruis op, wat verschrikkelijk vermoeiend voor je is.

·   Vaak heb je meer informatie nodig als er iets spontaan aan je gevraagd wordt. Bijvoorbeeld, ‘ga je mee naar het theater?’ dan kun je pas goed regeren als je alle informatie hebt.

Hoe laat begint het hoe laat eindigt het, wat doen we met eten, hoe gaan we erheen, etc. Je zult door moeten vragen tot je zoveel informatie hebt dat je goed kunt reageren.

·   Vaak ben je heel goed in taal, je bent taalgevoelig, kent woorden die de meeste mensen niet kennen. Met je oog voor detail kun je heel gedetailleerd onderscheid maken tussen verschillende woordbete-kenissen en betekent een íets andere formulering ook daadwerkelijk iets anders voor je. Als je gesprekspartner iets anders wil vertellen, en lichaamstaal of stemgebruik gebruikt, kun je niet goed inschatten wat hij/zij bedoelt en zal je woordgebruik moeten gebruiken om aanknopingspunten te hebben.

·   Zelf grapjes maken gaat je goed af, maar soms is het moeilijk voor je om een grap van een ander te herkennen als grap en andersom begrijpen anderen jouw humor soms niet.

·   Telefoneren kan soms moeilijk voor je zijn, je kunt ervaren dat je te snel moet beslissen. Soms is het moeilijk om in te schatten of je het ‘goede’ antwoord geeft.

·   Vaak ben je een beelddenker en zie je wel een beeld in je hoofd, maar lukt het niet om het weer te geven in woorden. Dit valt onder een woordvindingsprobleem.

·   Vaak neem je wat je doet heel serieus, dat geldt ook voor het werk dat je doet. Je legt er vaak je ziel en zaligheid in waardoor je soms helemaal opgebrand raakt en thuis komt te zitten. Kinderen en werk is heel moeilijk voor je te combineren. Het kost vaak teveel energie en je bent dan geen aansteller. Het maakt namelijk niet uit hoeveel uur je werkt of verzorgd, je bent er 24 uur per dag mee bezig. Niet zelden kom je hierdoor doodmoe aan op je werk en dan moet de dag nog beginnen.

·   Opvallend is dat je vaak een lager opleidingsniveau hebt behaald dan op basis van intelligentieniveau zou mogen worden verwacht. Ook is het werk dat je doet nogal eens onder je kunnen. Vaak heeft dat te maken met het overprikkeld raken tijdens opleiding of werk.

·   Wanneer je moeder of vader bent, kan dat een zware taak voor je zijn. Je zult altijd moeten schipperen tussen de rust en tijd die je voor jezelf nodig hebt en de tijd en aandacht die je kinderen nodig hebben. Het gaat je niet altijd goed af om daar een balans in te vinden. De ene keer zal dat gemakkelijker gaan dan de andere keer. Het ouderschap kan zowel een verrijking zijn als energievretend.

·   Je kunt als ouder, normen en waarden heel belangrijk vinden en daar erg op gefocust zijn. Je zult enorm trouw en loyaal zijn aan je gezin en steeds manieren zoeken om contact te onderhouden. Het dwingt je ook om deel te blijven nemen aan de sociale maatschappij.

·   Soms kan het verzorgen van kinderen al zoveel energie kosten, dat het je niet meer lukt om er ook buitenshuis bij te werken. Vaak ervaar je het ouderschap als zeer verrijkend en heb je ook geen behoefte meer om ernaast een baan te hebben.

·   Soms werk je liever buitens huis, en functioneer je goed op het ritme wat werk met zich meebrengt en ben je ernaast ouder.

·   Soms zorgt het moeder worden en zijn ervoor dat je, vooral in het eerste jaar, de weg behoorlijk kwijt kunt raken. Allereerst zorgen de hormonen ervoor dat je hinder/last kunt hebben, soms buiten-proportioneel, van je zwangerschap. Daarnaast kun je de ‘roze wolk’ ervaren als een grote verwarring. Waardoor je niet zelden met grote schuldgevoelens te maken krijgt. Ook het feit dat je kind je hele structuur en dagindeling overhoop haalt speelt een rol. Soms kan het ook iets langer duren voordat je een band met je kind hebt opgebouwd. Dat kan mede komen doordat een baby alleen nog maar in staat is tot non-verbale communicatie. Regelmatig komt het dan voor dat men denkt dat je een postnatale depressie hebt.

·   Je hebt vaak zelf al het gevoel dat je tekort schiet als ouder en als iemand je dan ook nog gaat zeggen dat je het niet goed doet, zie je helemaal geen mogelijkheid meer. Je weet dat het tegenovergestelde juist helpt bij jou, iemand die niet zegt dat je het niet goed doet, maar iemand die even de taken van je overneemt zodat jij even rust krijgt en je energie weer op kan doen.

·   Je kunt je soms óver  verantwoordelijk voelen voor je kind, zodanig dat je geen enkel risico neemt waardoor er iets met je zou kunnen gebeuren, waardoor je kind geen ouder meer heeft. Soms neemt dit extreme vormen aan, met thuisblijven, voeding, contacten, etc.

·   In het gewone dagelijkse leven weet je goed de verschillende rollen die je vervult, je kunt ze goed gescheiden houden. Met feesten of bijeenkomsten wordt dit een stuk moeilijker, welke rol heb je nu, als alle mensen door elkaar lopen? Moeder, vrouw, vriendin, man, vriend, zoon, etc. dat is erg vermoeiend. Vaak heb je daar tijd voor nodig om van bij te komen.

·   Het voordeel van alles ordelijk en onder controle willen houden is dat je vaak goed je spullen terug weet te vinden. Doordat je veel duidelijkheid nodig hebt weet en overzie je meer.

·   Na een lange drukke dag, kun je overprikkeld zijn, in zo’n situatie móet je even om rust vragen. Het is dan nodig dat een ander je taken even overneemt.

·   Als je erg gestrest bent, ben je anders dan normaal, dat is moeilijk te begrijpen voor een ander. Je hebt dan behoefte aan stabiliteit en duidelijkheid.

·   In het begin van een relatie is het moeilijk voor je om je te hechten. Is dit eenmaal gelukt, is het moeilijk voor je om je weer los te maken. Je kunt heel diep gehecht zijn aan je partner en het brengt je in verwarring als je die hechting los moet maken.

·   Soms kun je een relatie aangaan met iemand, omdat diegene lang aanhoudt om je te veroveren. De persoon hoeft dan helemaal niet zo goed bij je te passen, maar het is moeilijk voor je om ‘nee’ te zeggen. Het is dan ook moeilijk voor je om weer los te komen van die persoon, ook al past hij/zij niet eens bij je.

·   Soms overhecht je je aan een partner of close vrienden en blijf je in relaties die niet meer passen.

·   In je naïviteit kun je het letterlijk nemen, als iemand heel laat op de avond vraagt om samen een kopje koffie te drinken. Je bent dan makkelijk voor de gek te houden, ‘waarom zou iemand iets tegen je zeggen wat niet waar is?’

·   Wanneer iemand aan je vraagt nu iets te gaan doen, zal je standaard ‘nee’ zeggen. Je hebt tijd nodig om dingen te weten die gaan gebeuren. Je wilt het best, maar niet meteen.

·   De relatie met je ouders is soms ronduit slecht te noemen. Je hebt veel onbegrip ervaren toen je opgroeide.  Achteraf blijken je ouders vaak zelf ook met autisme te kampen te hebben. Je bent ervan uitgegaan dat je ouders je toch in ieder geval kunnen begrijpen en bent diep geraakt als dat niet het geval blijkt te zijn.

·   Ook kan het omgekeerde het geval zijn, dat je een symbiotische relatie met een ouder hebt. Een relatie die door beide in stand wordt gehouden, omdat jullie elkaar nodig hebben.

·   Vaak heb je een bijzondere relatie met je kind(eren). Het doet je oprecht verdriet als je je kind ziet worstelen met het leven. Je probeert het aan alle kanten te helpen en dat doe je graag. Je bent oprecht blij als het goed met je kind gaat.

·   Hoe leuk uitjes naar een pretpark, ballenbak of kinderboerderij ook zijn, je vindt het doodvermoeiend en doet het vaak minder dan dat de kinderen zouden willen.

·   Je rekent jezelf vaak af op de gedachte dat een goede ouder er toch altijd voor zijn kind is. Het kost moeite te begrijpen dat jij alles doet wat binnen je mogelijkheden ligt om een ouder te zijn die er op zijn/haar manier voor je kind is.

·   Je weet vaak intuïtief heel goed wat de behoefte van je kind is. Als je dat voelt zal je als een leeuw vechten voor hun wel en wee.

·   Je hebt behoefte aan vriendschap en contact, alleen gaat het je niet heel gemakkelijk af om dat tot stand te brengen. Daardoor ontstaat soms het misverstand dat je het niet zou willen. Vaak lukt het beter om functioneel contact te hebben met iemand,  dat voegt iets toe aan je leven. Prietpraat kost je vaak veel te veel energie.

·   Doordat je het nodig hebt om je regelmatig terug te trekken, blijkt het vaak beter te lukken om één of twee vrienden te onderhouden. Dat lukt je beter dan een grote kring van oppervlakkige contacten.

·   Wanneer je een relatie hebt, neemt de behoefte aan contact  af, wanneer je ook nog buiten de deur werkt, neem de behoefte aan contact nog meer af.  Dat heeft er niet alleen mee te maken dat je partner alle behoeftes vervuld, maar dat het hebben van een relatie zoveel energie kost dat je geen energie meer overhebt om andere contacten aan te gaan.

·   Vaak heb je op iedere plek waar je bent je contacten, op het werk, in je relatie, met kinderen bij school, bij familie, etc.. dat is vaak meer dan genoeg voor je energiehuishouden.

·   Daarnaast is het vaak zo dat je mensen waar je veel om geeft helemaal niet zo frequent hoeft te zien. Als je ze ontmoet is het leuk en dat is genoeg.

·   Hoeveel oordelen er ook zijn over internet, voor jou is het een perfect mogelijkheid om contact met veel mensen te hebben zonder dat het teveel energie kost. Het biedt doorgaans veel meer mogelijkheden tot het uitbreiden, opbouwen en verdiepen van contacten.

·   Wanneer je je vrienden minder wilt zien dan je vrienden jou, helpt het om uit te leggen dat je het heerlijk vindt om ze te ontmoeten, maar dat het je teveel energie kost om dat te vaak te doen.

·   Soms lukt het om wel veel contact met andere aan te gaan. De mensen waarbij dat lukt lijken goed hun eigen behoeftes en beperkingen te kennen en dat ook aan de ander te laten weten.

·   Dieren zijn vaak heel verrijkend voor je, je haalt veel  voldoening uit het contact met dieren.

·   Soms is het leven zo’n zware klus dat je oververmoeid bent geraakt. Je weet verstandelijk heel goed dat je je leven anders moet inrichten, alleen heb je geen idee hoe je dat moet doen. Het hoogste doel mag dan ook zijn, niet anders worden maar omgaan met je persoonlijkheid. Je kunt je hier heel goed in laten begeleiden.

·   Je wilt graag leren naast het contact maken, hoe je contacten kunt onderhouden.

·   Je kunt gebaat zijn bij begeleiding in praktische zaken waar je tegen aanloopt en het kunnen praten over dingen die je bezighouden en moeilijk vindt.

Wanneer je heel veel stellingen herkent en je je leven niet goed genoeg op de rit krijgt  is het aan te raden om via de huisarts een diagnose aan te vragen voor een Autisme Spectrum Stoornis. Het kan veel opluchting geven wanneer je een diagnose krijgt. Ook kun je gericht hulp aanvragen en soms zelfs een financiële ondersteuning. Wanneer je te veel beperkingen ervaart door het bovenstaande weet dan dat er een hele groep mensen dit hetzelfde ervaart en dat je niet dom, waardeloos of mislukt bent, je verwerkt de informatie alleen ánders.  Je kunt dan gericht leren je leven een goede draai te geven. Veel mensen die zich laten diagnosticeren zeggen achteraf dat ze dit véél eerder hadden moeten doen.

Dit stuk is gebaseerd op eigen ervaring en onderzoek in onze therapie praktijk Good-Spirit ’t gooi, en o.a. de boeken; Niet ongevoelig van Henny Struik, autisme en asperger syndroom, de stand van zaken van Simon Baron-Cohen en als je partner asperger syndroom heeft van Maxime C. Aston.